Om ons te lokaliseren moet je eerst zoeken naar Isan (Issan, Isaan, Esan, …) in ’t Vlaams zeggen we kortweg Noord-Oost Thailand.
Om het met een aantal “standaard uitdrukkingen” te zeggen wonen we in het armste, het minst toeristische, en het hoofdzakelijk van landbouw levende deel van Thailand.
In de Wikipedia omschrijven ze Isan als volgt: http://nl.wikipedia.org/wiki/Isaan
In Isan moet je gaan zoeken naar Changwat (provincie) Nong Khai (Nongkhai) en dat is de smalle lang gestrekte provincie in het noorden van Isan, aan de oevers van de Mekong (12 op het kaartje).
De stad Nong Khai is, vanzelfsprekend zou ik zeggen, ook de provinciehoofdstad.
Wikipedia heeft over de stad niet echt veel te vertellen, maar even "Googelen" bezorgt de geïnteresseerden wel wat meer informatie.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Nong_Khai
Bekende plaatsen in Nong Khai stad zijn o.a. de Friendship Bridge,
De Wat Sala Kaew Koo met zijn “speciale” beelden,
En natuurlijk ook de Talaat Tha Sadet, en de nabijgelegen recent aangelegde “promenade” op de oever van de Mekong.
Maar er is nog 35 km af te leggen naar Paksuai.
Als je het kaartje bekijkt moet je in Nong Khai aangekomen rechts afslaan in de richting Phon Phisai en Bueng Kan.
Phon Phisai is onze Amphoe (district hoofdplaats) ongeveer 11km voorbij Paksuai gelegen.
Indien je op weg naar Paksuai het naambord zou missen merk je aan de volgende herkenningspunten dat je er bent:
Eerst heb je de bananen kraampjes,
gelegen net voor de brug over “Nam Suai”
het riviertje dat hier in de Mekong uitmond en waaraan het dorp zijn naam te danken heeft. (let op, deze 2 foto’s zijn wel in de tegenovergestelde richting genomen!)
Eens je op de brug bent zie je aan de linkerkant de plaatselijke tempel en ook de “Payanak” waarover later meer.
Net voorbij de brug heb je op de rechterkant de dagelijkse markt.
Paksuai is een rustig landbouwers- en vissersdorpje dat is opgedeeld in meerdere Mooban en waar wij in huis 55 van Mooban 4 wonen.
We hebben tempels in alle hoeken van het dorp,
en behalve de lagere school voor de kinderen van het dorp hebben we een middelbare school die ook dienst doet voor de jeugd van de omliggende dorpen.
Hetzelfde is ook van toepassing voor de Anamai
wat je als een centrum voor eerstelijns medische zorgen en preventie kan omschrijven.
Verder is er over het dorp op zich echt niet veel te zeggen, enkel nog dat het deel uitmaakt van het Sub-district Watluang.
Met deze kennis over de administratieve indeling krijg je meteen de verklaring voor het adrespatroon dat in Thailand van toepassing is en waar de computers in België nogal wat problemen mee hebben.
Bij de meeste administratie (gelukkig is dat niet veel meer) die bij ons uit België toekomt ontbreken er delen van het adres of zijn ze er met de hand bijgeschreven.
Dit sluit echter niet uit dat ik geen weet heb van post die niet zou zijn toegekomen (al is het soms met vertraging).
En om de lokalisatie helemaal volledig te maken nog een fotoke uit Google Earth
En dan nog even terugkomen op de Payanak.
Paksuai deelt in beperkte mate mee in de “bekendheid” die Phon Phisai geniet ten gevolge van het verschijnsel van “Bang Fai Payanak”.
Ik ga me er niet aan wagen om het verschijnsel te proberen uit te leggen, maar de bijgevoegde link’s kunnen daar wel bij helpen.
http://en.wikipedia.org/wiki/Naga_fireballs
http://www.tatnews.org/events/events/oct/2367.asp
http://www.thaifolk.com/doc/literate/payanak/payanak_e.htm
Wat er ook van mag zijn, het verschijnsel brengt hier ieder jaar weer een massa volk naar de streek en er heerst die dagen dan ook een gezellige gemoedelijke sfeer.
Vele mensen trachten op een of andere manier een paar satang bij te verdienen aan de toeristen en de meeste zullen er wel in slagen ook.
Ikzelf heb drie opeenvolgende jaren enkele uren op de oever van de Mekong gezeten, twee maal hier in het dorp, en vorig jaar samen met Belgisch/Thaise vrienden in Phon Phisai.
Ik behoor voorlopig nog tot de sceptici.
Het eerste jaar was er helemaal niets, het tweede jaar zagen een aantal dorpsgenoten enkele Bang Fai maar ik zag niets, en vorig jaar zag ik heel ver weg “iets” maar om nu van het verschijnsel overtuigd te geraken is er toch nog wel wat meer nodig.
Maar goed, dit jaar zijn de goden ons misschien gunstiger gezind en doen ze wat extra moeite om ook mij te overtuigen, ik houd jullie op de hoogte.
Nog even vermelden dat een aantal foto’s niet al te recent zijn maar verder niets afdoen van de indrukken die ik wil meegeven.
Origineel bericht van 14 oktober 2007 bewerkt op 22 april 2009 voor "Blogger".

0 reacties:
Een reactie plaatsen